Schildertechniek Nat in nat

Portretschilder Bo Bakker werkt met olieverf op canvas, vanaf de houtskoolschets in één laag, nat in nat. Veel realistische portretschilders bouwen hun werk langzaam op: een schets, dan een onderschildering, en vervolgens het uiteindelijke schilderij in één of meerdere lagen. De werkwijze van deze schilders heeft als voordeel dat er meer tijd is om alle verhoudingen en nuances tegen elkaar af te wegen en tot een grotere detaillering te komen.

Frisheid van de schildering

Dat Bo Bakker de voorkeur geeft aan het werken in één laag, heeft te maken met het grote nadeel van de laag over laag methode: de minder positieve invloed op de frisheid van de schildering. Die frisheid blijft beter behouden bij het werken in één laag. Bovendien kan een witte ondergrond de verf een grotere briljantie geven dan een op toon gebrachte onderschildering. En omdat sommige kleuren bijvoorbeeld al binnen een halve dag te droog zijn om nog goed te kunnen verwerken heb je als je in één laag werkt, ook minder tijd om te lang ergens op door te gaan en de verf zogezegd dood te werken.

techniekOp de detailvergroting van het kinderportret hiernaast is dan ook te zien dat de zo op het eerste gezicht fijn geschilderde portretten van Bo Bakker, van dichtbij gezien vrij direct van opzet zijn. Een manier van werken die hij mede te danken heeft aan de schilder Herman Gordijn, die hem op de Rietveld Akademie in Amsterdam er al op wees dat zijn snel geschilderde portretten overtuigender waren dan zijn meer uitgewerkte.

Portret schilderij van foto

Bo Bakker schildert zijn portretten ook uitsluitend naar foto. De ongedwongen, natuurlijke poses die hem voor ogen staan, zijn moeilijk te realiseren met schilderen naar levend model. Een tijdje stilzitten op een stoel lukt de meeste mensen nog wel, maar een wat meer uitgesproken pose is niet langer dan een paar minuten vol te houden. Het is dan ook niet onmogelijk dat de in de portretkunst zo vertrouwde ernstige blik, die de indruk wekt ons een blik te verschaffen in de ziel van de geportretteerde, op langdurig poseren terug te voeren is. Als je een uur lang stil moet zitten, vergaat het lachen je zogezegd wel.

Tot aan de uitvinding van de fotografie waren alleen enkele oude meesters zoals Frans Hals en Caravaggio in staat om expressieve uitdrukkingen en actieve poses op een overtuigende manier vast te leggen. Maar deze schilders waren dan ook van een school die ook in die tijd al gebruik maakte van lenzen om de contouren van het model op het doek te projecteren. Beiden hebben dan ook weinig of geen schetsen achtergelaten, die maakten zij met behulp van deze lenzen namelijk direct op het doek. Ook Vermeer werkte met lenzen, hij was in de gelukkige omstandigheid met de bekende microbioloog en lenzenslijper Antoni van Leeuwenhoek bevriend te zijn. David Hockney heeft in 2001 een studie naar dit onderwerp gepubliceerd in zijn boek Secret Knowledge.